Digitaal en DCC uitgelegd

Digitaal DCC en Decoders

Hoe werkt een een digitale dcc modelbaan? Een uitleg.

Op deze pagina zullen we alleen de beginselen van een digitale modelspoorbaan uitleggen.

Wanneer je gaat denken aan de aansturing van je modelbaan heb je eigenlijk twee keuzes: Analoog of digitaal. Er zijn nogal wat verschillen die we hier graag willen belichten.
Allereerst een definitie van de twee begrippen:

Analoog werkt d.m.v. de spanning variabel (hoger of lager) door te geven aan de rails, wat wordt opgepakt door de locomotieven die daardoor sneller of langzamer gaan. De motor en verlichting worden direct vanaf de wielen gevoed. Als er meer spanning op de rails wordt gezet zal de motor sneller gaan draaien en de verlichting zal ook feller gaan branden. Als de spanning wordt omgedraaid zal de motor de andere kant op gaan draaien en de locomotief dus ook de andere kant opgaan. In wezen heeft u met analoog alleen controle over de spanning die de rails ingaat en heb je verder geen andere directe controle mogelijkheden.

Digitaal DCC is een heel ander iets. D.m.v. een booster staat er een continue spanning op de rails en in iedere locomotief zit een decoder. De aansturing geschied specifiek per locomotief en per functie (verlichting, geluiden etc etc etc). De andere locomotieven op de modelbaan worden hier niet door beïnvloed waardoor er legio mogelijkheden ontstaan. Dit alles wordt geregeld via een soort mini computertje die in de centrale eenheid zit ingebouwd waardoor het geheel zeer realistisch aangestuurd kan worden. Automatisch langzaam optrekken en stoppen, verlichting die onafhankelijk kan worden aangestuurd, kruipende locomotieven, cruisecontrole (berg op en af blijft de locomotief dezelfde snelheid behouden) etc etc etc.
Een gemiddelde modelbaan bestaat uit een voedingstransformator, aantal lokomotieven met ingebouwde decoders en de centrale eenheid (al dan niet met ingebouwde booster) om alles aan te sturen.

In de praktijk werkt het het beste om zelf klein en relatief vroeg te starten met een digitale modeltreinbaan en op die manier zelf uit te vinden hoe het in detail werkt.


In den beginne.... was er een simpel rail ovaaltje met 1 trafo. Simpel 2 draadjes naar de rails en klaar:

Na verloop van tijd vindt je het eigenlijk wel leuk om 2 treinen onafhankelijk te kunnen besturen. Je zaagt de spoorbaan in 2 stukken en zet er (bijvoorbeeld) 2 trafo's tussen. Geheel onafhankelijk kan nog steeds niet, want je kunt nog steeds niet met 2 treinen naar elkaar rijden en aan elkaar koppelen op één baanvak, maar eerlijk gezegd is dit al wel leuker dan 1 stroomgevoerde baan:

Dan komt nu de stap naar digitaal. In iedere locomotief MOET een kleine chip (dat noemen ze een decoder) zitten en dan kun je alle lokjes onafhankelijk van elkaar aansturen en dus ook "naar elkaar toe rijden".


Wat is een decoder?

Simpelweg is het een kleine chip die de signalen van je digitale "transformator" vertaalt voor je locomotief. Iedere locomotief krijgt een eigen nummer (wat uniek moet zijn) en zo kun je op die "digitale transformator" kiezen welke locomotief er moet rijden. Het leuke is dat je op die manier meerdere locomotieven tegelijk kunt laten rijden dit in tegenstelling tot de normale transformator waar je maar één locomotief tegelijk mee kunt aansturen.

Klein "probleem" is wel dat niet alle locomotieven een decoder hebben en je die dus zelf moet gaan inbouwen als dat het geval is. Gelukkig worden de nieuwere locomotieven al wel voorzien van een decoder "af fabriek" of een stekker waar je er zo eentje in kunt drukken. Op http://www.nproject.org/nl/modelspoor-digitaal-en-dcc/decoder-inbouw.html kunt u lezen hoe u zelf een decoder kunt inbouwen.


Hoe sluit je de modelbaan aan op de nieuwe "digitale transformator"?

De oude trafo gaat de nieuwe digitale eenheid voeden dus die doet nog steeds mee. Alleen sluit je die aan met de wisselspanning draadjes:

Dit m.i. de leukste manier van rijden. Meer lokjes die elkaar kunnen volgen, kopmaken, en tegen elkaar in kunnen rijden. Super!!!! Je hoeft verder niets aan je modelbaan te wijzigen, alleen decoders in je lokomotieven en een digitaletrafo en klaar!


Ringleiding: 

Alhoewel je met digitaal de bedrading onder de modelbaan kunt vereenvoudigen is het aan te raden dat direct vanaf een ringleiding te doen.  Dat zijn simpelweg een aantal dikke draden (installatiedraad wat je voor een woning gebruikt voldoent prima) die onder de hele baan doorlopen. Dit kan rondom de baan (ring) of in een ster (Vanuit het midden naar alle hoeken).

Dit maakt het allemaal wat overzichtelijker en dus beter beheersbaar. Het is trouwens altijd beter je baan meerdere malen een voeding kunt geven uit een ringleiding principe, dit voorkomt storingen door een slechte stroomaanvoer. (Maakt niets uit of je baan nu digitaal of conventioneel gevoed is) In de verdere voorbeelden gaan we dus uit van het voeden van de modelbaan (en alle onderdelen) d.m.v. een ringleiding.

Simpel he? Gewoon 2 draden onder je baan doortrekken en om de x (centi)meter je baan even een voedinkje geven. De draadjes soldeer je direct aan de spoorstaaf vast en dat werkt prima.

Verder is het ook wel makkelijk om de 12V wisselspanning met een ringleiding onder de baan te leggen. Alle lampjes van huisjes en eventuele voedingen voor wissels kun je er dan ook zo aanhangen.


Wissels aansturen zonder digitale wisseldecoders:

Deze manier van digitaal rijden is ons het beste is bevallen. De lokjes aansturen via een digitale eenheid en de wissels met normale schakelaars. Zo blijft digitaal rijden toch nog heerlijk simpel, en heb je er veel plezier mee. Ook zijn de kosten een stuk minder. De digitale kastjes om de wissels digitaal aan te sturen zijn stukken duurder als een normale schakelaar, en de lol met de schakelaartjes is wel net zo leuk. Als je alles netjes aanlegt met een ringleiding valt de kabelmoes ook nog eens 100% mee.

 

Wissels digitaal aansluiten op modelbaan:
Wil je de wissels ook digitaal aansturen? Dat kan, maar zoals bovenstaand uitgelegd hoeft dat dus niet. Er moet dan nog een regelkastje tussen wat een wissel kan besturen. Deze is 12V wisselspanning nodig om de wissel "om te kunnen leggen" (groene draadjes) en een electronische koppeling met de digitale centrale (paars). Naar het wissel gaan natuurlijk de 3 draadjes die het wissel zelf nodig is:

Terugmeldingen:

De treinen rijden en het eerste wissel is nu netjes te besturen met de digitale eenheid. De volgende stap die je kunt (niet MOET) makenis "meten" welke trein nu "waar" is. In de praktijk komt dit eigenlijk alleen maar voor als je de modelbaan met bijvoorbeeld koploper wilt aansturen op je computer. Anders heb je er weinig tot niets aan en kun je dit gedeelte direct overslaan.

Wil je de baan aansturen met de PC en ben je dus wel terugmelders nodig? Dan is het principe simpel:

Je zaagt de rails door bij A en B, en d.m.v. een stukje electronica voor stroomdetectie (C) kun je meten of er iets op dat "baanvak" staat wat stroom verbruikt. (denk aan de locomotief zelf of een wagon met een lampje erin) Dat stukje electronica hang je weer aan een kastje wat kan praten met je digitale eenheid, en zo krijgt deze een "terugmelding" dat er een trein in dat baanvak staat:


De modelbaan aansturen met een PC of computer:
Als je de modelbaan hebt voorzien van stroomdetectie, terugmelders en je wissels ook digitaal hebt aangestuurd is de volgende stap de modelbaan helemaal via een computer aan te sturen. Kijk daarvoor op de volgende pagina: http://www.nproject.org/nl/modelspoor-digitaal-en-dcc/digitale-aansturing-met-koploper.html

Algemene aandachtpunten bij een digitale modelbaan:
  • Begin klein. Voed eerst je baan gewoon vanaf de digitaletrafo en doe nog even niets met je wissels.  Dit is de simpelste manier van digitaal rijden en vereist weinig tot geen aanpassingen aan je baan. De lol ervan is echter optimaal!!!
  • Overstappen van analoog naar digitaal moet je het lieft zo snel mogelijk doen. Hoe langer je wacht, hoe hoger de drempel wordt. 
  • Alle lokomotieven die je op een digitale modelbaan wilt aansturen moeten(!) een decoder hebben. De enige centrale die nog één normale lokomotief per modelbaan kan aansturen in van Lenz, alle andere kunnen dit niet. 
  • Koop alleen wat je NU nodig bent, en koop de rest later. Zelf heb ik jaren terugmelders in de kast liggen die ik nooit heb gebruikt. Jammer van het geld. 
  • Terugmelders gebruik je in principe alleen als je de modelbaan met een PC gaat aansturen.
  • Als je de modelbaan wilt gaan aansturen met de PC, bedenk dan eerst met welk programma je dat wilt gaan doen. Niet alle programma's ondersteunen alle centrales, dus dat is wel iets wat je in de gaten moet houden bij de aanschaf van je centrale. Wellicht toch maar een iets duurdere centrale en gratis(!) koploper gebruiken?
  • Ga je niet de modelbaan aansturen met de PC in het eerste jaar? Laat dan de grote centrales in het begin eens liggen en neem bijvoorbeeld een locmouse (roco) setje of een Piko handsetje. Kost 2e hands nog geen 50 euro (inderdaad, vijftig euro!!) en geeft bergen plezier. Lekker simpel en werkt altijd! Als je later toch je modelbaan wilt aansturen, koop dan pas die grotere centrale. De technieken veranderen best snel, en die 50 euro…..die ben je dan snel weer vergeten en de handset komt altijd van pas als testset voor het inbouwen van decoders.
     

    De eindconclusie:

Met een digitale aansturing heb je veel meer mogelijkheden, maar denk niet dat digitaal al je problemen gaat oplossen. Al je locomotieven moeten een decoder hebben en dat is nog wel eens een uitdaging. Echter een  conventionele baan met dezelfde mogelijkheden maken is geen haalbare kaart en de manier van aansluiten is inmiddels zover gevorderd dat je geen electrotechnicus meer hoeft te zijn om je modelbaan digitaal aan te sluiten.

Een mix van conventioneel en digitaal is een leuke en haalbare oplossing. (De locomotieven digitaal en de wissels met schakelaars) En die stroomdetectie dan? Die ben je m.i. alleen nodig als je je baan met een PC wilt aansturen. En heb je alles al aangesloten op een ringleiding, dan is het ook zo aangepast mocht je toch die stap willen maken.

Als laatste en wellicht het belangrijkste: Niet bang zijn! Nergens voor nodig. Je kunt echt uren/dagen/maanden opzoek gaan naar informatie rondom digitaal, maar eens moet je gewoon ermee aan de slag. De handleidingen zijn (over het algemeen) duidelijk genoeg, en aangezien iedere modelbaan weer anders is zul je HET generieke antwoord toch niet gaan vinden. Gewoon beginnen en stapje voor stapje alles aan elkaar verbinden is echt het devies. Onze eigen ervaring is dat de meeste zaken echt super snel duidelijk als je alle kastjes voor je hebt liggen. Je kunt online lezen wat je wilt, nadenken wat je wilt, maar de kastjes en handleiding ernaast leert echt razendsnel en laat je vragen snel verdwijnen als “sneeuw voor de zon”.

Veel plezier met je keuze!